begroting

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·gro·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord begroting begrotingen
verkleinwoord begrotinkje begrotinkjes

Zelfstandig naamwoord

begroting v

  1. (financieel) raming van de te maken uitgaven voor de komende tijd
    • Het kabinet heeft de begroting bijna rond. 
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie