begroeiing

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·groei·ing
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord begroeiing begroeiingen
verkleinwoord begroeiinkje begroeiinkjes

Zelfstandig naamwoord

begroeiing v

  1. dat wat iets groeiend bedekt
    • Er moest iemand langskomen om de begroeiing te verwijderen. 
     De forse begroeiing ontnam namelijk elk vergezicht.[1]

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be