begroeien

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·groei·en
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
begroeien
begroeide
begroeid
zwak -d volledig

Werkwoord

begroeien

  1. ergatief bedekt raken met planten
    Dit rek begroeit langzaam maar zeker met clematis.

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.