begrijpt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·grijpt

Werkwoord

vervoeging van
begrijpen

begrijpt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van begrijpen
    • Jij begrijpt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van begrijpen
    • Hij begrijpt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van begrijpen
    • Begrijpt!