beginselen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·gin·se·len

Zelfstandig naamwoord

beginselen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord beginsel
  2. basiskennis, wat je moet weten voordat je ergens aan begint
    • Oom Jan leert neefje (de eerste beginselen) van het schaken. 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.