beginselen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·gin·se·len

Zelfstandig naamwoord

beginselen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord beginsel
  2. basiskennis, wat je moet weten voordat je ergens aan begint
    Oom Jan leert neefje (de eerste beginselen) van het schaken.
Synoniemen