befaamd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·faamd
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen befaamd befaamder befaamdst
verbogen befaamde befaamdere befaamdste
partitief befaamds befaamders -

Bijvoeglijk naamwoord

befaamd

  1. op een goede manier bekend staan
    • De befaamde spits had toch al voor veel doelpunten gezorgd. 
     Vandaag heb ik de befaamde Patelski eindelijk ontmoet. Hij leidt een nogal teruggetrokken bestaan. Hij werkt en studeert en hij gebruikt zijn maaltijden vaak op zijn kamer, zoals de majordomus mij heeft uitgelegd. Maar vanochtend trof ik hem aan bij het goeder de la mimatinée in de groene zaal.[4]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen