beende aan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • been·de aan
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
aanbenen

beende aan

  1. enkelvoud verleden tijd van aanbenen
    • Ik beende aan. 
    • Jij beende aan. 
    • Hij, zij, het beende aan. 


Gangbaarheid