beemdkroontje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beemd·kroon·tje

Zelfstandig naamwoord

beemdkroontje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord beemdkroon