bedwateren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bed·wa·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bedwateren
bedwaterde
gebedwaterd
zwak -d volledig

Werkwoord

bedwateren

  1. inergatief tijdens de slaap urineren
    Hij had tot zijn tiende jaar gebedwaterd.
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord bedwateren -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bedwateren

  1. het tijdens de slaap urineren
    Bedwateren wordt niet als een ernstig medisch probleem gezien.
Synoniemen

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie