beduidend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·dui·dend

Werkwoord

vervoeging van
beduiden

beduidend

  1. onvoltooid deelwoord van beduiden
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen beduidend beduidender beduidendst
verbogen beduidende beduidendere beduidendste
partitief beduidens beduidenders -

Bijvoeglijk naamwoord

beduidend

  1. aanzienlijk, veel
    Hij kreeg een beduidende erfenis van zijn tante.