bedrukken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·druk·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bedrukken
bedrukte
bedrukt
zwak -t volledig

Werkwoord

bedrukken

  1. overgankelijk een tekst of afbeelding op iets aanbrengen door een drukproces
    • De etiketten worden daarna bedrukt met het logo en een inhoudsopgave. 
  2. overgankelijk somber stemmen
    • Het vreselijke nieuws bedrukte de hele familie. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.