bedrukken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·druk·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bedrukken
bedrukte
bedrukt
zwak -t volledig

Werkwoord

bedrukken

  1. (overgankelijk) een tekst of afbeelding op iets aanbrengen door een drukproces
    De etiketten worden daarna bedrukt met het logo en een inhoudsopgave.
  2. (overgankelijk) somber stemmen
    Het vreselijke nieuws bedrukte de hele familie.