bedroefdheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·droefd·heid
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van bedroefd met het achtervoegsel -heid [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord bedroefdheid
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bedroefdheid v [2]

  1. het verdrietig zijn
    • Al die aandacht heeft zeker te maken met de hedendaagse, door de media verhevigde rouwrage rond beroemdheden, maar ik twijfel niet aan de oprechte bedroefdheid van de echte fans. Zij hebben iets in Bowie ontdekt waar ik kennelijk blind of ongevoelig voor was.[3] 
    • De Nigeriaanse president Muhammadu Buhari heeft de gebeurtenis dinsdag in een reactie een “hele vervelende operationele fout” genoemd. Hij heeft naar eigen zeggen met “diepe bedroefdheid” kennis genomen van het nieuws en riep de bevolking op kalm te blijven.[4] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. bedroefdheid op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. NRC Frits Abrahams 13 januari 2016
  4. NRC Etienne Verschuren 17 januari 2017