bedroefde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·droef·de

Bijvoeglijk naamwoord

bedroefde

  1. verbogen vorm van de stellende trap van bedroefd

Werkwoord

vervoeging van
bedroeven

bedroefde

  1. onpersoonlijke verleden tijd van bedroeven
vervoeging van
bedroeven

bedroefde

  1. enkelvoud verleden tijd van bedroeven
    • Ik bedroefde. 
    • Jij bedroefde. 
    • Hij, zij, het bedroefde.