bedrijver

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·drij·ver
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bedrijver bedrijvers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bedrijver m [1]

  1. iemand die een bepaalde handeling uitvoert
    • Het kan gebeuren dat een ”moedjtahid” (een bedrijver van ”idjtihâd”) op basis van een redenering een religieuze regel vaststelt. Na verloop van tijd verandert hij evenwel van inzicht. Laat hij dan, zo stelt Kamali, die regel alleen publiek terzijde stellen wanneer die slechts hemzelf betreft. Gaat zijn nieuwe visie ook anderen aan, dan behoort hij volgens de meerderheid van de ”oelemâ” (”schriftgeleerden”) zijn nieuwe mening voor zich te houden. Immers, wanneer wat eerst met gezag is uitgesproken ook zomaar herroepen kan worden, is de nieuwe visie per definitie evenzeer voor herziening vatbaar. Hier organiseer je onzekerheid en verlies aan geloofwaardigheid aan uitgevaardigde richtlijnen. [2] 
    • Een hooggeplaatste ambtenaar, misschien wel een bewindspersoon, die niet alleen de bedrijver van antisemitisme de les leest, maar mij als Jood dus ook gaat vertellen wat eigenlijk het beste voor mij is. De wijsheid van deze functionaris heeft mij opnieuw overtuigd. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Reformatorisch Dagblad 13-03-2009 Mozaïek (slot)
  3. Reformatorisch Dagblad Rabbijn Lody B. van de Kamp 29-05-2019 Gebruik keppeltje niet als demonstratiemiddel