bedrieglijke bankbreuk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·drieg·lij·ke bank·breuk

Frase

bedrieglijke bankbreuk

  1. (juridisch) een in Nederland strafbaar feit dat is gepleegd door een failliet die bijvoorbeeld schulden heeft verzonnen of bezittingen heeft verzwegen of weggeschonken of tegen een te lage prijs verkocht. Het niet in orde hebben van zijn boekhouding en bijbehorende bescheiden valt hier ook onder
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie