bedrieglijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·drieg·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bedrieglijk bedrieglijker bedrieglijkst
verbogen bedrieglijke bedrieglijkere bedrieglijkste
partitief bedrieglijks bedrieglijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

bedrieglijk

  1. misleidend, leugenachtig, zich mooier voordoen dan de werkelijkheid
    Een bedrieglijk glimlachje speelde om haar mond.
  2. waarin men zich licht kan vergissen
    Het is van een bedrieglijke eenvoud, want erachter gaat een hele wereld schuil.
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen