bedpan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

bedpan
Uitspraak
Woordafbreking
  • bed·pan
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bedpan bedpannen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bedpan v/m

  1. verpleegkundig hulpmiddel waar mee een patient op bed kan urineren en defaeceren, ook gebruikt in een postoel
    • De reeks Beroepsgeheim levert elke week op maandag artikels op die bij de meest gelezen artikels van de week horen. Wat denken de mensen die ons bedienen, ons huis poetsen, onze mond verzorgen, of onze bedpan wegnemen, nu echt? Ontmoet de thuisverpleegster. [1] 
    • Mijn leraar in China werkte in 1942 in een ziekenhuis met tuberculosepatiënten. Doodvermoeide mensen die aan hun bed gekluisterd waren en slijmen en bloed ophoestten in een bedpan. Toen mijn leraar werd opgebeld dat de Japanners onderweg waren, zetten de patiënten hun bedpan op hun hoofd, namen een geweer en renden naar buiten. Omdat de Japanners hen anders vermoord zouden hebben. [2] 
    • Wie nog vast hangt aan schrikbeelden van oudemannenhuizen in neogotische kloosters met hoge kamers en de bedpan achter het gordijn vindt in het OCMW woonzorgcentrum Ter Leenen in Nevele een waardig alternatief. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. De Standaard 05/05/2018 om 12:00 door Karel Verhoeven Een gouden idee voor de N-VA, deze mensen besturen in de schaduw van de macht, en wat een thuisverpleegster echt denkt
  2. De Standaard 1 APRIL 2017 Placebo is geen neppil
  3. De Standaard 23 FEBRUARI 2013 Zorg met glans
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be