bedoening

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·doe·ning
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bedoening bedoeningen
verkleinwoord bedoeninkje bedoeninkjes

Zelfstandig naamwoord

bedoening v

  1. zoals de zaken normaal gaan
    • Gekidnapt in Jemen: vroeger 'all-inclusive-paradijs', nu levensgevaarlijke bedoening. 
  2. inrichting
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen