bedoening

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·doe·ning
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bedoening bedoeningen
verkleinwoord bedoeninkje bedoeninkjes

Zelfstandig naamwoord

bedoening v

  1. druk gedoe
    • Gekidnapt in Jemen: vroeger 'all-inclusive-paradijs', nu levensgevaarlijke bedoening. 
     Bij aankomst was het een wilde bedoening: te veel mensen, te veel drank en te veel drama’s. Ik speelde al een tijdje met de gedachte om alleen verder te lopen en voelde dat dat moment nabij was.[2]
  2. inrichting
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. bedoening op website: Etymologiebank.nl
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be