bediener

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·die·ner
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bediener bedieners
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bediener m

  1. iemand die een apparaat op een goede manier laat functioneren
    • Iets voor middernacht kreeg de politie een melding van een inwoner dat er een drone rond zijn woning vloog. De melder wist zelf de bediener van het vliegtuigje te achterhalen door het apparaat te volgen. [1] 
  2. iets of iemand die ervoor moet zorgen dat de wensen van een ander worden vervult
    • Dat een leerling gewoon dingen moet leren die niet interessant en leuk zijn, wordt bij deze houding gemakkelijk vergeten. En het geeft aan ouders de perverse prikkel dat de school inderdaad zoon of dochter in alle opzichten ”bedient”. Vervolgens treden ze met onrealistische eisen de school als ”bediener van de wensen van hun kind” tegemoet. [2] 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Reformatorisch Dagblad 10-05-2014 ‘Hinderlijke’ drone boven woonwijk Kaatsheuvel
  2. Reformatorisch Dagblad Richard Toes 18-04-2018 School moet weer gaan onderwijzen