bedelarij

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·de·la·rij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bedelarij bedelarijen
verkleinwoord bedelarijtje bedelarijtjes

Zelfstandig naamwoord

bedelarij v

  1. het om een aalmoes vragen
    • Wil je eens ophouden met die bedelarij, want je krijgt toch niets. 
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie