bedden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bed·den
Woordherkomst en -opbouw
  • bed met de uitgang -en

Zelfstandig naamwoord

bedden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bed
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bedden
bedde
gebed
zwak -d volledig

Werkwoord

bedden

  1. onovergankelijk (verouderd) bed(den) opmaken
  2. overgankelijk (verouderd) in bed leggen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.


Achterhoeks

Zelfstandig naamwoord

bedden

  1. meervoud van bedde


Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

bedden

  1. meervoud van bedde