bebost

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·bost
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van bebossen: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
bebossen

bebost

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bebossen
    • Jij bebost. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bebossen
    • Hij bebost. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van bebossen
    • Bebost! 
vervoeging van: bebossen…
verbogen vorm: beboste

bebost

  1. voltooid deelwoord van bebossen
stellend
onverbogen bebost
verbogen beboste

Bijvoeglijk naamwoord

bebost

  1. met wouden bedekt
     Frédéric Talbi haalt het wel, al gieren de longen lang na. Hij woont in de buurt, het is naar schatting de dertigste keer dat hij hier staat, met enerzijds het uitzicht op de beboste flanken van de Vogezen en aan de zuidwestkant het glooiende laagland van de Haute-Saône. ‘Het is zaak dat je niet vol gas geeft. Dat moet je voor het allerlaatste bewaren. Het moeilijke is dat het zo onregelmatig is. Het loopt nergens.’[1]
     Tegen de schemering was er echter nergens een vlakke plek te vinden om te slapen doordat het beboste terrein steil was met scherpe rotsen.[2]


Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Rob Gollin “De helling van de mooie meisjes knijpt de renner de keel dicht” (10 juli 2019), de Volkskrant
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be