bebost

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·bost

Werkwoord

vervoeging van
bebossen

bebost

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bebossen
    • Jij bebost. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bebossen
    • Hij bebost. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van bebossen
    • Bebost! 
  4. voltooid deelwoord van bebossen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders
90 % van de Vlamingen.