bebloed

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·bloed
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bebloed bebloeder bebloedst
verbogen bebloede bebloedere bebloedste
partitief bebloeds bebloeders -

Bijvoeglijk naamwoord

bebloed

  1. waaraan bloed kleeft
    • De bebloede vechter wilde de strijd niet opgeven. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.