beauf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

beauf m

  1. (spreektaal) zwager
    «Le beauf veut m'emprunter l'aspirateur mais j'ai refusé: ça fait un an qu' il a ma PlayStation!»
    Mijn zwager wil de stofzuiger lenen, maar ik heb geweigerd: hij heeft nu al een jaar mijn PlayStation! [1]
  2. (spreektaal) vulgair, bekrompen en soms racistisch persoon [1]

Verwijzingen