baviaan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·vi·aan
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘hondsaap’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1573 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord baviaan bavianen
verkleinwoord baviaantje baviaantjes

Zelfstandig naamwoord

baviaan m

  1. (zoogdieren), (taxonomisch) Papio op Wikispecies, een aap met een korte staart en een vooruitstekende snuit
    • In de dierentuin waren verschillende soorten bavianen te bezichtigen. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen