bastonnade

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

bastonnade
Uitspraak
Woordafbreking
  • bas·ton·na·de
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord bastonnade bastonnades
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bastonnade v [2]

  1. stokslagen op de voeten of op de rug als bestraffing
  2. pak slaag
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

30 % van de Nederlanders;
39 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen