bassin

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: basinBassin
vijver of bassin

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bas·sin
enkelvoud meervoud
naamwoord bassin bassins
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bassin o

  1. bekken met een ondoorlaatbare bodem waarin water opgelagen kan worden
    • Het bassin moet weer schoongemaakt worden. 
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie