baskiska

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Zweeds

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

baskiska g

  1. (taal) Baskisch
  2. Baskische
Verbuiging
[1] enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   baskiska     baskiskan     -     -  
genitief   baskiskas     baskiskans     -     -  
[2] enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   baskiska     baskiskan     baskiskor     baskiskorna  
genitief   baskiskas     baskiskans     baskiskors     baskiskornas