basiswet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·sis·wet
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord basiswet basiswetten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

basiswet v/m

  1. een belangrijke wet waaruit andere wetten ontstaan zijn; voorganger van een echte grondwet
    • Wat zij, en velen met haar, ’populisme’ noemen is uiteindelijk gevoed door het feit dat er groeperingen zijn die onze basiswetten en basisrechten willen torpederen.[1] 
    • Er is slechts een soort voorlopige basiswet in afwachting van een nieuwe grondwet. De militaire junta die Mubarak opzijschoof heeft de bevoegdheden van de president in de basiswet, vlak voor Mursi's aantreden, verder ingeperkt.[2] 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen