basisvoorziening

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·sis·voor·zie·ning
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord basisvoorziening basisvoorzieningen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

basisvoorziening v

  1. iets wat voor alle mensen van een bepaalde doelgroep beschikbaar moet zijn
    • De gemeente Amsterdam wil kinderen vanaf 2,5 jaar naar de basisschool sturen. De stad lanceert in het najaar een plan om peuterspeelzalen, voorscholen en reguliere kinderopvang samen te voegen in een basisvoorziening voor peuters van 2,5 tot 4 jaar oud. In de loop van dit schooljaar begint een proef op 10 scholen. [1] 
    • De gemeenteraad besloot dat De Mors geen basisvoorziening meer is, zo hoorde de Stadsraad van Delden onlangs van het bestuur van de plaatselijke zwemvereniging. Dat betekent concreet dat het bad, mocht het financieel beroerd blijven gaan met de gemeente, na 2017 wordt gesloten om kosten te besparen. [2] 
    • Elke gemeente heeft dezelfde basisdiensten en -producten. Die worden in toenemende mate digitaal geleverd. Het ligt voor de hand daarvoor gezamenlijk aan één basisvoorziening te werken. Maar in plaats daarvan vragen 393 gemeenten individueel om maatwerk en klagen zij over hun softwareleverancier. Gemeenschappelijke voorzieningen zijn noodzakelijk om de digitale dienstverlening op orde te brengen en kosten te beheersen. [3] 
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen