basisscholier
Uiterlijk
- Geluid: basisscholier (hulp, bestand)
- IPA: / 'bazɪsxolir / (4 lettergrepen)
- ba·sis·scho·lier
- samenstelling van basis zn en scholier zn
- Afgeleid van basisschool met het achtervoegsel -ier
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | basisscholier | basisscholieren |
| verkleinwoord | basisscholiertje | basisscholiertjes |
de basisscholier m
- (onderwijs) iemand die onderwijs volgt op een basisschool, meestal in de leeftijd van 4-12 jaar
- Het woord basisscholier staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 13
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Achtervoegsel -ier in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Onderwijs in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal