basisarts

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·sis·arts
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord basisarts basisartsen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

basisarts m

  1. (medisch) (beroep) arts die een universitaire studie heeft afgerond, maar zich niet specialiseerde in de huisartsengeneeskunde of een ander medisch specialisme


Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen