basalt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Natuurlijke basaltzuilen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·salt
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘hard gesteente’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1778 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord basalt -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

basalt o

  1. (geologie) een mafisch vulkanisch stollingsgesteente dat gevormd wordt door de stolling van lava of magma
Vertalingen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders
82 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen