bartafel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bar·ta·fel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bartafel bartafels
verkleinwoord bartafeltje bartafeltjes

Zelfstandig naamwoord

bartafel v/m

  1. (meubel) tafel waaraan men kan staan of met hoge krukken aan kan zitten
    • In de jaren 1970 had men ook in woonkamers wel bartafels. 
Synoniemen
  1. bar

Gangbaarheid