barstte uit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • barst·te uit
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
uitbarsten

barstte uit

  1. enkelvoud verleden tijd van uitbarsten
    • Ik barstte uit. 
    • Jij barstte uit. 
    • Hij, zij, het barstte uit. 
     Toen ik de gigantische muur inktzwarte wolken op me af zag komen barstte ik in tranen uit.[1]

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia