bankwezen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken


Nederlands

de bouw van de Nederlandsche Bank de centrale bank van het bankwezen
Uitspraak
Woordafbreking
  • bank·we·zen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bankwezen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bankwezen o [1]

  1. de financiële sector
    • Holy Mozes, ik dacht dat reclamejongens erin uitblinken een ongenadige hoeveelheid prijzen uit te delen, maar het bankwezen spant ook hier weer de kroon. Dertig categorieën, waaronder Bonds Regular EUR Aggregate, maar ook Bonds Regular EUR High Yield en verder Equity Global Financial, waarvoor overigens Lyxor Ucits ETF Stoxx Europa alle drie de nominaties op zak heeft.[2] 
    • Daarna volgt nog een conference over mensen uit de bankensector die verwerpelijke dingen zeggen. Een nogal luie opsomming die én niet prikkelt én niet grappig is. Dat kan anders. Beter. Lebbis hield jaren geleden al eens een verhaal over het bankwezen, waar de woede wél van afspatte en dat wél van creativiteit getuigde.[3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen