banka opp

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ban·ka opp

Werkwoord

banka opp

  1. verleden tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van banke opp
Schrijfwijzen

Werkwoord

har banka opp

  1. voltooide tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van banke opp
Schrijfwijzen

Werkwoord

banka opp

  1. voltooid (verleden) deelwoord bedrijvende vorm van banke opp
Schrijfwijzen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ban·ka opp

Werkwoord

banka opp

  1. onbepaalde wijs, tweede vorm naast banke opp, zie aldaar

Werkwoord

banka opp

  1. verleden tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van banka opp

Werkwoord

har banka opp

  1. voltooide tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van banka opp

Werkwoord

banka opp

  1. voltooid (verleden) deelwoord bedrijvende vorm van banka opp

Werkwoord

banka opp

  1. tegenwoordige tijd gebiedende wijs van banka opp
Schrijfwijzen

Werkwoord

banka opp

  1. verleden tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van banke opp

Werkwoord

har banke opp

  1. voltooide tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van banke opp

Werkwoord

banka opp

  1. voltooid (verleden) deelwoord bedrijvende vorm van banke opp

Werkwoord

banka opp

  1. tegenwoordige tijd gebiedende wijs van banke opp
Schrijfwijzen