bangmakerij

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bang·ma·ke·rij
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van bang en de stam van maken met het achtervoegsel -erij
enkelvoud meervoud
naamwoord bangmakerij bangmakerijen
verkleinwoord bangmakerijtje bangmakerijtjes

Zelfstandig naamwoord

bangmakerij v

  1. dat wat (onterechte) angst tot gevolg heeft
    • Is het bangmakerij of wordt het straks realiteit? 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.