bandera

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Banderabandana


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ban·de·ra
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bandera bandera's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bandera m

  1. (Antillen) papieren vlaggetje zoals die voor Kerstmis worden verkocht, met daarop een spottende liedtekst die bij dansfeesten rond Kerst en Nieuwjaaar wordt gezongen
    • Een bandera (vlag) bestaat uit een stukje gekleurd papier van ± 12 × 7 cm waarop een tekst, meestal een vinnige satire op een stuk wit papier gedrukt, geplakt is. De "bandera", meestal geel, oranje of groen gekleurd, werd op een stengel van ± 18 cm vastgemaakt, zodat het geheel een soort vlaggetje voorstelt. [1]
  2. vlag van een land waar Spaans of een door het Spaans beïnvloede taal wordt gesproken
    • De geruite regenboogvlag huipala zou naast de nationale bandera moeten wapperen. [2]
    • Tot slot, na al deze ellende, een echt Mexicaans recept in de kleuren van de "bandera": neem een borrelglas tequila, een borrelglas citroensap en een borrelglas sterk gekruid tomatensap: groen wit rood, van elk glas om de beurt een slokje, het schijnt patriottische sentimenten aan te wakkeren. [3]

Gangbaarheid

58 % van de Nederlanders;
77 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Frans

Werkwoord

vervoeging van
bander

bandera

  1. derde persoon enkelvoud onvoltooid toekomende tijd (futur simple) van bander


Spaans

enkelvoud meervoud
bandera banderas

Zelfstandig naamwoord

bandera v

  1. vlag


Papiamento

enkelvoud of
impliciet meervoud
expliciet meervoud
  bandera     banderanan  

Zelfstandig naamwoord

bandera

  1. vlag