bamboebos

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

bamboebos
Uitspraak
Woordafbreking
  • bam·boe·bos
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bamboebos bamboebossen
verkleinwoord bamboebosje bamboebosjes

Zelfstandig naamwoord

bamboebos o

  1. dichte begroeiing van bamboe
    • Reuzenpanda's in China kampen met een voedseltekort. Dat meldde het Chinese staatspersbureau Xinhua zondag laat. Als gevolg van de zware aardbeving vorige maand in Sichuan zijn grote stukken bamboebos verwoest. [1] 
    • Geluk en doorzettingsvermogen, dat heeft de 7-jarige Yamato Tanooko volgens de Japanse media volop. Nadat het jongetje met stenen had gegooid tijdens een familieuitje, besloten zijn ouders hem een lesje te leren en zetten ze hem uit de auto in de omgeving van een bamboebos. [2] 
    • Naast de tuinen is een soort oase gecreëerd van ongeveer 100 hectare. Hier is de natuur niet ontworpen, maar vrijgelaten. Ruim 150 vogelsoorten hebben er hun huis, andere overwinteren er, waaronder de slechtvalk, de kerkuil en de blauwe reiger. Er staat een prachtig bamboebos (Phyllostachys mitis). Overal is er water: stroompjes, een kleine rivier en een (kunstmatig) meer. [3] 
    • ‘We trokken rond in een bamboebos en zagen plots een soort die er eigenlijk niet thuishoorde. In een flits was het beestje ook weer weg, dus hebben we postgevat aan de bamboe en uren naar de bladeren gestaard in de hoop dat hij zou terugkomen.' [4] 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Het Parool 23 JUNI 2008 Reuzenpanda's kampen met voedseltekort
  2. Tubantia 10-01-17 Bosjongetje Yamoto is de kleine held van Japan
  3. Reformatorisch Dagblad 07-03-2017 Een koraalboom in de kerk. Typisch Ninfa
  4. De Standaard 29 APRIL 2010 Renilde Bleys, Ontdek eens een gekko