Naar inhoud springen

balzaal

Uit WikiWoordenboek
balzaal kasteel Hoensbroek
  • bal·zaal
enkelvoud meervoud
naamwoord balzaal balzalen
verkleinwoord balzaaltje balzaaltjes

debalzaalv/m

  1. zaal ingericht voor danspartijen of grote feesten
    • In het theatercafé lonkt een goudkleurige bar naar de bezoekers en de grote foyer op eerste verdieping oogt, met kroonluchters en roodgoud behangsel, als een balzaal. [2] 
     'Depressief?' 'Lachen in de balzaal, huilen in bed.[3]
     Het gedempte lawaai van de balzaal achter de gesloten deuren, honderden rijzende en dalende stemmen die boven de melodie van een orkest uit klinken, is intimiderend.[4]
     Maar het is duidelijk niet die vorstelijke aarde van vroeger, een door God gegeven klomp, te struis en statig om zich door de balzaal van de ruimte te bewegen.[5]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[6]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Kester Freriks 3 oktober 2016
  3. Jessie Burton (vert. Marja Borg)
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  4. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  5. Samantha Harvey
    “In Orbit” (2024), De Bezige Bij op Wikipedia, ISBN 9789403135625
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be