balsamico

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bal·sa·mi·co
enkelvoud meervoud
naamwoord balsamico balsamico's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

balsamico m

  1. (afkorting) van balsamicoazijn (wikidata: balsamico op Wikidata)
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be