balsa

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bal·sa
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord balsa -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

balsa o

  1. (plantkunde) boomsoort uit tropisch Amerika Ochroma pyramidale op Wikispecies
    • Snelle groeiers zijn bijvoorbeeld kapok en balsa, banaan en papaya. [2]
  2. (materiaalkunde) zeer lichte houtsoort, afkomstig van Ochroma pyramidale op Wikispecies
    • Als schooljongen staarde Gerard Rutten (64) naar de luidruchtige militaire vliegtuigen die het luchtruim boven de Nijmeegse Ooypolder als oefengebied gebruikten, werd lid van een luchtvaartclub en bouwde er van balsa en papier zijn eerste zweeftoestellen. [3]

Gangbaarheid

35 % van de Nederlanders;
25 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Spaans

enkelvoud meervoud
balsa balsas

Zelfstandig naamwoord

balsa v

  1. (scheepvaart) vlot