balletpakje
Uiterlijk
- Geluid: balletpakje (hulp, bestand)
- bal·let·pak·je
het balletpakje o
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord balletpak
- ▸ 'Ik zweeg even terwijl ik aan de jongere versie van mezelf dacht, in haar Engelse kinderschortje en met haar strohoedje op, die haar moeder vertelde dat ze 'roodbruine herfstbladeren' op haar balletpakje moest naaien - en mijn moeder, die geen idee had hoe rijp op gras eruitzag, wat kastanjes waren, hoe het voelde om de novemberlucht van Londen in te ademen en dan een ijsschilfer in je longen te voelen - had verdorie ook nog haar uiterste best gedaan om in het klamme, Caribische klimaat dat Engelse kostuum te maken.[1]
- ↑ Jessie Burton (vert. Marja Borg)“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704