balken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bal·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
balken
balkte
gebalkt
zwak -t volledig

Werkwoord

balken

  1. inergatief (dierengeluid) het geluid van een ezel maken
    • De ezel stond in de wei te balken. 
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

balken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord balk

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.