balgevoel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bal·ge·voel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord balgevoel
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

balgevoel o

  1. hoe bedreven en 'handig' iemand is met het onder controle hebben van een voetbal
    • Op een loopband met de bal aan de voet pionnetjes ontwijken. Er zijn heel wat makkelijkere oefeningen, maar deze training is enorm goed voor het balgevoel! [1] 
    • Ook in de vakantie mag het balgevoel niet verdwijnen, moet Paris Saint-Germain-verdediger Thiago Silva hebben gedacht. Hij doodt de tijd in de zon met een lekker potje tafeltennisvoetbal. [2] 

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen