Naar inhoud springen

bakstenen

Uit WikiWoordenboek
  • bak·ste·nen
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen

bakstenen

  1. bestaande uit of gemaakt van baksteen
     Ik wandel onder de bakstenen halfronde poort van het spoorwegtalud door naar landgoed Mariëndaal.[1]
     De pakhuizen doemen op, bakstenen gebouwen die naar de hemel reiken, veel breder dan de huizen die binnen de stadsring knus tegen elkaar aan staan.[2]

debakstenenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord baksteen
     Misschien komt het door de oude bakstenen en de vochtige kinderkopjes dat het opeens veel kouder lijkt, maar die ogen - nog nooit heeft iemand met zo'n kalme, verlammende nieuwsgierigheid naar Nella gekeken.[2]
     Ik was inmiddels een volleerd observator van de ongelijke uitschieters en littekens van de huisvesting in Londen. De postcodes, de bakstenen, de wel of niet aanwezige rozenstruik, de voetenschraper, de hoogte van een stoepje of het ontbreken ervan was een taal die ik nu ook sprak.[3]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]
  1. Teuntje de Haan
    “Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021409375
  2. 1 2
    Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  3. Jessie Burton (vert. Marja Borg)
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be