bakpoeder

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bak·poe·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bakpoeder bakpoeders
verkleinwoord bakpoedertje bakpoedertjes

Zelfstandig naamwoord

bakpoeder m / o

  1. rijsmiddel op basis van natriumbicarbonaat
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie