baklava

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: balaclava


Nederlands

baklava
Uitspraak
Woordafbreking
  • bak·la·va
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Turks, in de betekenis van ‘zeer zoet gebak’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1992 [1]
  • uit het Turks [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord baklava baklava's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

baklava m

  1. (voeding) zeer zoet, Turks bladerdeeggebak met honing
    • Toch zijn er nog protesten tegen de komst van asielzoekers. Maar bij het protest tegen de komst van drie Eritrese vluchtelingen in een rijtjeshuis in Oss gingen vorige week geen stenen door de ruiten, maar gingen er schalen met baklava en bitterballen rond. [3] 
    • De organisatie van het evenement spreekt van een zeer geslaagde zesde editie. Op de markt probeerden om en nabij de dertig standhouders hun uiteenlopende waren aan de man te brengen. Verkopers verkochten schilderen, sieraden, planten, bloemen en etenswaren. Extra speciaal was een standje van Syrische en Birmese vrouwen die onder meer sushi en baklava serveerden. [4] 
    • Ze moeten het tijdens de ramadan doen met kipkebab, en een flinke doos dadels om het vasten te doorbreken zoals de profeet Mohammed dat deed. In de keuken van het detentiecentrum dat als het aan ex-president Obama lag al lang gesloten had moeten zijn, vertelt de kok wat ze de zwaarbewaakte terreurverdachten op dag 8 van hun religieuze vastenmaand te eten geeft. "Ze krijgen ook baklava. Wil je proeven?" [5] 
    • Wie een Arabische zoetigheid moet bedenken zal al snel aan baklava denken. Het zoete bladerdeeggebak wordt van de Balkan tot aan het Midden-Oosten naar eigen recept gemaakt en ook in Nederland is het veelal in Griekse en Turke winkels verkrijgen. [6] 
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen