bakkerszaakje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bak·kers·zaak·je

Zelfstandig naamwoord

bakkerszaakje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord bakkerszaak